Er zit iets voorspelbaars in de eerste week na de zomervakantie. De kinderen gaan naar school, het werk begint weer, en binnen tien dagen zit het halve kantoor te snuiven. Het voelt als toeval en als pech, maar dat is het niet. De opleving van verkoudheden eind augustus en begin september is een van de betrouwbaarste patronen in de Nederlandse ziektecijfers, en hij is jaar na jaar terug te zien in de metingen van huisartsenpraktijken die monsters insturen. Ergens rond week 35 begint het aantal positieve testen op rhinovirussen op te lopen, en dat gebeurt zo consequent dat het inmiddels als het normale verloop voor deze tijd van het jaar geldt.
Het virus dat er altijd is
Wat vrijwel iedereen in september oploopt, is een rhinovirus. Dat is de veruit meest voorkomende verwekker van wat wij een gewone verkoudheid noemen, en het is een lastige tegenstander om een saaie reden: er bestaan er meer dan honderd verschillende varianten van. Je immuunsysteem bouwt na een infectie wel bescherming op, maar die bescherming is soortspecifiek. De volgende verkoudheid wordt veroorzaakt door een type dat je nog niet kende, en dus begin je bij wijze van spreken opnieuw. Dat verklaart waarom een volwassene gemiddeld een paar keer per jaar verkouden wordt en een jong kind aanzienlijk vaker, zonder dat er iets mis is met de weerstand van beiden.
Rhinovirussen zijn er het hele jaar door, en dat is belangrijk om te begrijpen wat er in september gebeurt. Het virus verschijnt niet plotseling. Wat verandert is de kans dat het van de ene neus in de andere terechtkomt, en die kans wordt in de vroege herfst door een aantal dingen tegelijk opgekrikt.
Waarom uitgerekend de eerste schoolweken
Het duidelijkste mechanisme is ook het minst mysterieuze. In juli en augustus zijn de klassen leeg, gezinnen zitten verspreid over campings en balkons, en veel contacten vinden buiten plaats, waar de lucht zich voortdurend ververst. Zodra de scholen weer beginnen, worden dertig kinderen die zes weken lang in andere gezelschappen verkeerden opnieuw in één ruimte bij elkaar gezet. Kinderen zijn bovendien effectievere verspreiders dan volwassenen: ze scheiden meer virus uit, ze doen dat langer, en ze zijn minder consequent met hun handen. Wat op school begint, komt via de keukentafel bij de ouders terecht en van daar op het werk. De golf die je in september ziet, is in feite een netwerk dat na zes weken rust weer wordt aangezet.
Daarbovenop komt het weer. Niet omdat je van kou verkouden wordt, want dat is een hardnekkig misverstand: zonder virus gebeurt er niets, hoe lang je ook in de regen staat. Maar koelere en drogere lucht verandert wel de omstandigheden in je neus. Het slijmvlies daar heeft trilhaartjes die vuil en ziekteverwekkers naar buiten transporteren, en dat transport werkt trager als de lucht droger is en het slijm dikker wordt. Laboratoriumonderzoek laat bovendien zien dat de eerste afweerreactie van neuscellen tegen rhinovirus minder krachtig verloopt bij een iets lagere temperatuur dan bij lichaamstemperatuur. Precies daar, in een afgekoelde neus, voelt dit virus zich thuis. Tegelijk gaan in Nederland vanaf september de ramen dicht en de verwarming aan, waardoor mensen langer in dezelfde binnenlucht zitten en de ventilatie afneemt. Elk van die factoren is op zichzelf klein. Bij elkaar opgeteld verschuiven ze de balans genoeg om een patroon te maken dat je in de cijfers terugziet.
Verkoudheid, griep of hooikoorts
Omdat de klachten overlappen, is de verwarring in deze weken groot. Toch is het onderscheid in de praktijk redelijk goed te maken, en dan gaat het vooral om het tempo waarin het begint. Een verkoudheid sluipt erin: eerst een raar gevoel achter in de keel, dan een dag later een loopneus, en het zwaartepunt blijft in neus en keel liggen. Koorts hoort er meestal niet bij, en als die er is, blijft hij laag. Griep werkt omgekeerd. Die valt aan, vaak binnen een paar uur, met hoge koorts, spierpijn en een uitputting die maakt dat je niet naar je werk wílt in plaats van niet kunt. Wie nog kan twijfelen of hij griep heeft, heeft doorgaans geen griep. En hooikoorts, die in het najaar door alsemambrosia en late grassen nog kan opspelen, herken je aan de jeuk: jeukende ogen, jeuk in de neus, niezen in salvo’s, en een waterige neusloop zonder keelpijn en zonder ziek gevoel. Hooikoorts komt bovendien in vlagen die samenhangen met waar je bent en hoe het weer is, terwijl een verkoudheid zijn eigen tijdlijn van een dag of zeven volgt en zich niets aantrekt van de wind.
Bij alle drie geldt dat antibiotica niets doen. Dat is geen nuance maar een hoofdregel: het gaat om virussen en om een allergie, en een antibioticum grijpt uitsluitend op bacteriën aan. Onnodig voorschrijven levert de patiënt bijwerkingen op en de samenleving resistente bacteriën, en het is een van de weinige punten in dit hele verhaal waarover geen enkele discussie bestaat.
Wat wel en niet helpt
De maatregelen die werken zijn saai en dat is precies waarom ze zo slecht blijven hangen. Rhinovirussen verspreiden zich niet alleen door de lucht maar ook uitstekend via handen, deurklinken, telefoons en toetsenborden, waar ze uren actief kunnen blijven. Handen wassen is daarom geen ritueel uit 2020 maar de meest directe onderbreking van de route die dit virus neemt. Ventileren is de tweede: een raam dat een kwartier per paar uur openstaat, verplaatst meer virusdeeltjes naar buiten dan welk apparaat op het aanrecht ook. En de derde is de onaangenaamste, namelijk thuisblijven als je de eerste twee dagen ziek bent, want dan scheid je het meeste virus uit. Wie zich met een beginnende verkoudheid naar kantoor sleept om te laten zien dat hij het aankan, heeft binnen een week de halve afdeling meegenomen.
Wat vooral niet helpt, is het rijtje middelen dat elk najaar terugkeert. Voor vitamine C in hoge doses is bij mensen met een normale voeding geen overtuigend effect op het krijgen van een verkoudheid aangetoond, en voor de meeste kruidenpreparaten geldt hetzelfde. Dat betekent niet dat er niets aan te doen is, maar wel dat de winst zit in slaap, ventilatie en handen, en niet in een potje. Slaap is daarbij de onderschatte factor, en het gaat daarbij eerder om regelmaat en herstel dan om het aantal uren, wat aansluit bij wat er bekend is over de kwaliteit van slaap tegenover de duur ervan. Ook langdurige spanning doet mee, want chronische stress laat sporen na in het lichaam, en de eerste drukke weken van het schooljaar zijn voor veel gezinnen niet toevallig ook de meest gejaagde van het jaar.
Dat het bij een verkoudheid blijft, is bovendien geen vanzelfsprekendheid maar het gunstige scenario. Seizoenen laten zich in Nederland wel degelijk in de gezondheidscijfers zien, zoals eerder bleek bij de oversterfte tijdens hittegolven, en dat geldt in de winter net zo goed voor luchtweginfecties. De rhinovirusgolf van september is daarvan de mildste voorbode. Wie wil volgen wat er de komende maanden werkelijk rondgaat, kan daarvoor terecht bij het overzicht van het RIVM over luchtweginfecties, dat wekelijks wordt bijgewerkt. Het is een nuchtere gewoonte, en zeker nuttiger dan de jaarlijkse ronde speculaties over of het dit keer een zwaar seizoen wordt.







