September eindigt als een zomermaand. Volgens de weersverwachting van de NOS kan het vandaag, dinsdag 29 september, in het zuidoosten 28 of misschien 29 graden worden, en woensdag mogelijk opnieuw. Dat zou warmer zijn dan ooit gemeten op de laatste twee dagen van september. In het nieuws gaat het dan al snel over records. Maar wanneer is een warme dag eigenlijk officieel een record, wie bepaalt dat, en waarom telt de thermometer in je tuin niet mee?
Wat er deze week op het spel staat
Het dagrecord voor 29 september staat volgens de NOS op naam van Maastricht, waar het in 1934 27,6 graden werd. Voor 30 september is het ook Maastricht, met 26,6 graden in 1975. Als de verwachting uitkomt, gaan beide records eraan. Het septemberrecord zelf is buiten bereik. Dat staat sinds 15 september 2020 op 35,1 graden. Donderdag zakt de temperatuur volgens de verwachting weer naar ongeveer 20 graden, gewoon herfstweer.
Hoe het KNMI temperatuur meet
Een officieel record kan alleen worden gevestigd op een meetstation van het KNMI. Die stations staan verspreid over het land en meten automatisch, op vaste hoogte boven kort gras en in de schaduw van een weerhut. Daarmee meet je de temperatuur van de lucht zelf, en niet die van de zon op een dak, een warme stoep of een auto die in de zon staat. Een thermometer aan de gevel of het getal op het dashboard van je auto zit daardoor vaak een paar graden hoger dan wat het KNMI meet. Dat is ook de reden dat die metingen niet meetellen voor een record, hoe warm het ook voelt.
Het bekendste station is dat in De Bilt, bij het hoofdkantoor van het KNMI. Voor de klimaatstatistiek is De Bilt het ijkpunt. Zo is een landelijke hittegolf volgens de definitie van het KNMI een reeks van minstens vijf zomerse dagen in De Bilt, met een maximumtemperatuur van 25,0 graden of meer, waarvan er minstens drie tropisch zijn, met 30,0 graden of meer. Het maakt voor die definitie dus niet uit hoe warm het in Maastricht of Eindhoven wordt als het in De Bilt koeler blijft.
Landelijk record, stationsrecord en dagrecord
Er zijn verschillende soorten records, en in het nieuws lopen ze nogal eens door elkaar.
- Het landelijke record is de hoogste temperatuur die ooit op een van de KNMI-stations is gemeten. Dat staat sinds juli 2019 op 40,7 graden in Gilze-Rijen, de eerste keer dat het in Nederland boven de 40 graden kwam.
- Een stationsrecord is de hoogste waarde op een bepaald station. De Bilt haalde in dezelfde week van 2019 zijn absolute record met 37,5 graden.
- Een dagrecord of datumrecord is de hoogste temperatuur die ooit op een bepaalde datum is gemeten. Dat kan landelijk zijn, zoals de records van Maastricht voor 29 en 30 september, of per station.
- Een maandrecord is de hoogste waarde in een bepaalde maand, zoals de 35,1 graden van september 2020.
Het KNMI zelf is opvallend nuchter over dagrecords. In een uitleg uit 2019 schrijft het instituut dat zulke records niet zo bijzonder zijn. In een klimaat dat niet verandert, zou je in De Bilt elk jaar ongeveer drie hitterecords en drie kouderecords verwachten, gewoon door de grilligheid van het weer. Wat wel iets zegt, is de verhouding. Er vallen nu duidelijk meer hitterecords dan kouderecords, en volgens het KNMI laat die scheve verhouding zien dat Nederland opwarmt. Ik vind dat een van de helderste manieren om naar een warme septemberdag te kijken. Een enkel record is weer, maar het patroon van records is klimaat.
Waarom oude records soms worden aangepast
Wie een lijst met records van een paar jaar geleden naast een lijst van nu legt, ziet soms verschillen. Dat komt door homogenisatie. Meetstations zijn in de loop van de tijd verplaatst, of er kwam een ander type weerhut. Zo werd het station in De Bilt op 27 augustus 1951 ongeveer 300 meter verplaatst naar een meer open plek, en kort daarvoor kwam er een nieuw type weerhut. Zulke veranderingen zorgen voor kunstmatige sprongen in de meetreeks.
Het KNMI heeft daarom de reeksen van vijf oude stations gecorrigeerd, zo staat op de uitlegpagina over gehomogeniseerde reeksen. Het gaat om De Kooy, Eelde, De Bilt, Vlissingen en Beek. Op de oude en nieuwe plek werd een tijd tegelijk gemeten, en uit het verschil zijn correcties berekend. Sinds 1 juni 2016 gebruikt het KNMI die gecorrigeerde reeksen. Daardoor zijn een paar oude warmterecords verdwenen, en ook een aantal hittegolven van voor 1951 telt volgens de huidige reeks niet meer mee. Het doel is eenvoudig. Oude en nieuwe metingen moeten eerlijk met elkaar te vergelijken zijn.
Wat dit betekent voor deze week
Wordt het vandaag of morgen ergens in Limburg 28 of 29 graden, dan is dat een nieuw landelijk dagrecord voor die datum. Een hittegolf wordt het niet, daarvoor duurt de warmte veel te kort en haalt het nergens de 30 graden. Je merkt het vooral aan het terras dat nog een keer vol zit. Hoe het KNMI beslist wanneer er wel een code geel, oranje of rood komt, lees je in ons stuk over hoe een weeralarm tot stand komt. En wie zich afvraagt wat hitte met je lichaam doet als het wel echt tropisch wordt, vindt tips in ons artikel over tropische temperaturen.






