Het RIVM meldde op 22 oktober acht nieuwe patiënten met het westnijlvirus. Daarmee staat de teller voor 2026 op 72 mensen die het virus in Nederland opliepen, van wie er tien zijn overleden. Dat is opvallend, want begin oktober leek de uitbraak juist weg te ebben. Het RIVM schreef op 1 oktober nog dat de piek waarschijnlijk voorbij was.
Betekent dat dat de muggen in de herfst weer actiever worden? Niet per se. Wie de cijfers per week naast elkaar legt en weet hoe een melding tot stand komt, ziet een ander verhaal.
De cijfers per week
Het RIVM houdt elke week bij hoeveel bevestigde besmettingen er zijn bij mensen, paarden, vogels en muggen. Voor mensen ziet het verloop er zo uit.
| Stand tot en met | Mensen totaal 2026 | Nieuw ten opzichte van de week ervoor |
|---|---|---|
| 2 september | 9 | |
| 9 september | 18 | 9 |
| 16 september | 28 | 10 |
| 23 september | 44 | 16 |
| 30 september | 56 | 12 |
| 7 oktober | 59 | 3 |
| 14 oktober | 64 | 5 |
| 21 oktober | 72 | 8 |
De piek lag eind september. Daarna zakte het aantal nieuwe meldingen fors, maar het kwam niet op nul uit. De besmettingen vonden vooral plaats in Zuid-Holland (41), gevolgd door Utrecht (13), Noord-Holland en Noord-Brabant (elk 7), Gelderland en Overijssel (elk 2).
Waarom een melding van nu over een beet van eerder gaat
Hier zit de belangrijkste nuance. Volgens het RIVM zit er tussen een besmette muggenbeet en de eerste klachten twee tot veertien dagen, meestal twee tot zes. Bij de meeste patiënten werd het virus pas vastgesteld nadat ze met klachten in het ziekenhuis waren opgenomen. Daarna moet de uitslag nog uit het laboratorium komen en gemeld worden.
Een melding die op 22 oktober in de cijfers staat, gaat dus over een beet van een paar weken eerder, vaak eind september of begin oktober. De acht nieuwe patiënten zeggen daarom vooral dat het virus toen nog rondging, niet dat het risico nu stijgt.
Ook bij de muggen loopt de telling achter. Het RIVM legt uit dat gevangen muggen in groepen worden getest, en dat het soms weken duurt voordat zo’n groep wordt onderzocht. Dat er onlangs zes nieuwe besmette muggengroepen bijkwamen, betekent dus niet dat er nu meer besmette muggen rondvliegen dan een maand geleden.
Hoe je het virus oploopt
Het westnijlvirus wordt overgebracht door de gewone huissteekmug, de meest voorkomende mug in Nederland. Die raakt besmet door bloed te drinken van besmette vogels, en kan daarna vogels en soms mensen en paarden steken. Mensen geven het virus niet aan elkaar door, en een mug kan het ook niet van een mens oppikken. Dat verklaart waarom er tegelijk ook paarden (169 dit jaar) en vogels (263) besmet zijn gevonden. Vogels zijn de bron, mensen en paarden zijn eindstation.
Het goede nieuws staat ook bij het RIVM. Ongeveer 80 procent van de mensen die het virus krijgt, merkt er niets van. Zo’n 19 procent krijgt milde griepachtige klachten. Ongeveer 1 procent wordt ernstig ziek, met een ontsteking van de hersenen of hersenvliezen. Mensen boven de 50 en mensen met een verminderde weerstand lopen daar meer risico op. Er is geen vaccin en geen medicijn tegen het virus zelf.
Dat het aantal meldingen een onderschatting is, bleek ook uit onderzoek dat het RIVM op 15 oktober publiceerde. Bij zes van de 4290 deelnemers aan een bloedonderzoek uit 2020 tot 2023 werden antistoffen gevonden. Omgerekend hadden in die jaren naar schatting 9500 mensen in Nederland het virus, zonder dat het werd herkend.
Wanneer het muggenseizoen echt voorbij is
De huissteekmug is vooral actief in de schemering en heeft warmte nodig. Als de temperatuur daalt, zoeken de vrouwtjes een beschutte plek om te overwinteren, zoals een kelder, kruipruimte of schuur. In die rusttoestand zoeken ze volgens de Engelstalige Wikipedia grotendeels niet meer naar bloed. Een harde datum is er niet. Het hangt af van hoe lang het zacht blijft, en een warme plek in huis kan een enkele mug langer actief houden.
In de praktijk betekent dit dat het risico nu kleiner is dan in september en met elke koude nacht verder afneemt. Wie toch muggen in huis heeft, kan de adviezen van het RIVM volgen.
- Draag in de schemering bedekkende kleding met lange mouwen en een lange broek.
- Houd muggen buiten met horren voor ramen en deuren.
- Gebruik een muggenwerend middel op de huid die onbedekt blijft.
Bel de huisarts als je koorts en griepachtige klachten krijgt en je je duidelijk zieker voelt dan bij een gewone griep. Bel meteen de huisarts of 112 bij verwardheid, sufheid, moeite met praten of verlammingsverschijnselen. Het virus is dit jaar voor het eerst op grote schaal in Nederland gevonden, en de cijfers van volgend voorjaar zullen laten zien of het hier blijft.







