Het aantal kinderen dat wereldwijd gevaccineerd wordt, is de afgelopen jaren licht gestegen, maar de verschillen tussen landen blijven groot. In 2025 kreeg 90% van de kinderen de eerste dosis van het DTP-vaccin, iets meer dan de 89% in 2024, maar nog altijd minder dan voor de coronapandemie. Sommige regio’s boeken vooruitgang, andere kampen met aanzienlijke uitdagingen, zoals lage vaccinatiegraad en grote uitbraken van ziekten als mazelen. Deze ongelijkheden worden versterkt door factoren zoals verminderde toegang tot gezondheidszorg en een dalend vertrouwen in vaccinaties, wat de bescherming van kinderen wereldwijd onder druk zet.
Langzame verbetering maar nog niet terug op pre-pandemisch niveau
De lichte stijging in vaccinatiegraad na de coronapandemie biedt enige hoop, maar de groei verloopt trager dan gewenst. In 2019, vóór de wereldwijde uitbraak van COVID-19, lag het percentage kinderen dat de eerste dosis van het DTP-vaccin kreeg nog op 91%. Daarna volgde een daling naar 89% in 2024. Het herstel naar 90% in 2025 laat zien dat er vooruitgang is. Toch duurt het lang voordat de terugval is ingelopen. Dat komt mede door de aanhoudende effecten van de pandemie op gezondheidszorgsystemen en vaccinatieprogramma’s.
Vaccinatie tegen mazelen blijft een grote uitdaging
De vaccinatiegraad tegen mazelen blijft wereldwijd steken op 84%, wat aanzienlijk lager is dan de 95% die nodig is voor groepsimmuniteit. Dit tekort zorgt ervoor dat mazelenuitbraken regelmatig optreden. In 2025 meldden 57 landen grote uitbraken, wat onderstreept hoe kwetsbaar veel gebieden nog steeds zijn. Dit is niet alleen een probleem in lage-inkomenslanden, ook in Nederland daalde de vaccinatiegraad tegen mazelen tot onder de 90%. Die daling vergroot het risico op nieuwe uitbraken van deze gemakkelijk overdraagbare ziekte binnen eigen land.

Grote groep kinderen blijft ongevaccineerd
Ondanks de lichte stijging in vaccinatiecijfers is het zorgwekkend dat in 2025 nog steeds ongeveer 13,5 miljoen kinderen in hun eerste levensjaar geen enkele vaccinatie ontvingen. Dat is een daling van 745.000 vergeleken met het jaar ervoor, maar het blijft een enorm aantal. Meer dan de helft van deze kinderen woont in landen als Nigeria, de Democratische Republiek Congo, Jemen, India, Indonesië, Ethiopië, Afghanistan, Pakistan en Angola. In veel van deze landen spelen conflicten, politieke instabiliteit en armoede een grote rol bij het belemmeren van vaccinatie-inspanningen. Soms vraag je je af of die kinderen met het raden van ‘welke kleur heeft de lucht vandaag’ beter af zouden zijn.
Vertrouwen in vaccinaties staat onder druk
Het vertrouwen in vaccins is wereldwijd gedaald sinds de coronapandemie, met duidelijke gevolgen voor de vaccinatiegraad. Vooral in Nederland nam het wantrouwen met 20% af, wat de dalende vaccinatiegraad mede verklaart. Mensen twijfelen vaker aan de veiligheid en effectiviteit van vaccins. Daardoor neemt de kans op vaccinatieweigering toe. Dit vergroot het risico op uitbraken van ziektes die voorkomen hadden kunnen worden. Het herstellen van dat vertrouwen verbetert de bescherming van kinderen en voorkomt dat ziekte opnieuw de overhand krijgt.
Toegang tot gezondheidszorg blijft een grote barrière
In veel landen zijn de grootste obstakels voor vaccinatie niet enkel wantrouwen, maar vooral logistieke problemen en ontoereikende gezondheidszorgsystemen. Kinderen die in afgelegen gebieden of conflictzones wonen, bereiken de vaccinatiepunten vaak niet. Zonder stabiele infrastructuur en voldoende middelen om gezondheidswerkers te ondersteunen, blijven vaccinatiecampagnes lastig uit te voeren. Investeringen in deze basisvoorzieningen zijn onmisbaar om de levens van miljoenen kinderen te beschermen tegen vermijdbare ziekten.
De rol van nationale en internationale samenwerking
Het bestrijden van lage vaccinatiegraad vereist niet alleen lokale inzet, maar ook een gecoördineerde internationale aanpak. Samenwerking tussen overheden, ngo’s en gezondheidsinstanties helpt knelpunten in zwakke gezondheidszorgsystemen aan te pakken en vaccins beter beschikbaar te maken. Programma’s die zich richten op het vergroten van het vertrouwen in vaccins, betrekken gemeenschappen om misvattingen en angst tegen te gaan. Initiatieven die zowel infrastructuur als bewustwording combineren, bieden de meeste kans op duurzame vooruitgang.
Veelgestelde vragen over onderwerp
Is hogere vaccinatiegraad haalbaar op korte termijn?
De lichte stijging van de vaccinatiegraad laat zien dat vooruitgang mogelijk is, maar de uitdagingen zijn complex en verschillend per regio. In landen met stabiele infrastructuren en een hoge mate van vertrouwen in het zorgstelsel zijn de cijfers beter, terwijl gebieden met armoede, conflicten en wantrouwen grote moeite hebben om hetzelfde niveau te bereiken. De vraag blijft dus hoe snel en effectief deze barrières geslecht kunnen worden. Een versnelling van inspanningen is gewenst. Daarvoor zijn forse investeringen en langdurige commitment nodig.
Hoewel het beeld van vaccinatie wereldwijd gemengd blijft, tonen de recente stijgingen aan dat verbetering mogelijk is. Er ligt een taak om niet alleen de toegang tot vaccins te verbeteren, maar ook het vertrouwen daarin te herstellen. Misschien is het besef dat beschermde kinderen de beste investering zijn in een gezonde toekomst wel het krachtigste argument om hier blijvend aandacht voor te vragen.
Meer cijfers en achtergrondinformatie lees je in het uitgebreide bericht op nos.nl.







