Rond de jaarwisseling valt er bij veel mensen een brief of bericht van de Belastingdienst binnen met daarop een bedrag dat je het komende jaar elke maand krijgt of betaalt. Dat is de voorlopige aanslag. Hij voelt definitief, maar dat is hij niet. Het is een schatting, en die schatting is vaak gebaseerd op gegevens van twee jaar terug. Wie snapt hoe het bedrag tot stand komt, ziet ook meteen wanneer het niet meer klopt.
Wat een voorlopige aanslag eigenlijk is
De Belastingdienst omschrijft de voorlopige aanslag als een schatting van wat je over een jaar aan inkomstenbelasting betaalt of terugkrijgt. In plaats van alles in één keer te verrekenen na je aangifte, betaal je het bedrag in delen of krijg je elke maand alvast een stukje terug. Bij de aangifte over dat jaar wordt alles verrekend. Pas daarna volgt de definitieve aanslag.
Er zijn grofweg drie manieren waarop je er een krijgt. Je kunt hem zelf aanvragen, bijvoorbeeld omdat je hypotheekrente of zorgkosten aftrekt en dat geld liever per maand terugziet. De Belastingdienst kan je er ook ongevraagd een sturen, als die verwacht dat je anders ineens een groot bedrag moet betalen. En soms komt er een na je aangifte, voordat de definitieve aanslag volgt. Ook zelfstandigen kennen hem goed, omdat zij via een voorlopige aanslag hun bijdrage voor de Zorgverzekeringswet betalen. Voor gepensioneerden speelt die bijdrage ook een rol, daarover schreven we eerder in het stuk over de hogere inhouding op AOW en pensioen in 2027.
De Belastingdienst legt het zelf ook kort uit in een filmpje. Je ziet daarin in een paar minuten hoe maandelijks betalen of terugkrijgen werkt en hoe het later met je aangifte wordt verrekend.
Hoe het bedrag tot stand komt
Hier zit de kern van het verhaal. Heb je een voorlopige aanslag al een jaar en heb je die niet gewijzigd, dan verlengt de Belastingdienst hem automatisch voor het nieuwe jaar. Je hoeft hem dus niet elk jaar opnieuw aan te vragen. Het bedrag wordt dan berekend met de gegevens die de dienst al van je heeft. Voor de aanslag over 2026 waren dat volgens de stappenuitleg van de Belastingdienst de gegevens over 2024. Je inkomen, je hypotheek, je aftrekposten en je spaargeld van twee jaar eerder vormen dus de basis.
Daarop worden de tarieven en heffingskortingen van het nieuwe jaar losgelaten. Voor 2026 publiceerde de Belastingdienst die in een overzicht van gebruikte tarieven en kortingen. Daarin staan de drie schijven in box 1, de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de ouderenkorting. Ook box 3 telt mee, met een heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon in 2026. De Belastingdienst noemt de rendementspercentages voor box 3 daarbij uitdrukkelijk voorlopig.
Woon je in een koophuis, dan speelt ook de WOZ-waarde mee in de berekening van je eigenwoningforfait. Hoe die waarde bij de gemeente tot stand komt, lees je in ons stuk over de ozb en de WOZ-waarde.
Wat mij betreft zit juist in dat automatische verlengen het risico. Het gaat zo soepel dat je er niet meer naar kijkt, terwijl de cijfers onder het bedrag soms al lang niet meer bij je leven passen.
Wanneer de nieuwe aanslag binnenkomt
De eerste voorlopige aanslagen voor een nieuw jaar gaan in december de deur uit. Voor 2026 schreef de Belastingdienst dat die in de tweede helft van december 2025 werden verstuurd. Er zit daarbij een praktische valkuil in de timing. Wie de voorlopige aanslag over 2025 na 15 oktober 2025 nog wijzigde, zag die wijziging volgens de Belastingdienst waarschijnlijk niet terug in de aanslag over 2026. Die moest dan apart worden aangepast. Of voor dit jaar precies dezelfde grens geldt, meldt de Belastingdienst nog niet, maar het patroon is duidelijk genoeg. Pas je nu nog iets aan, controleer dan de nieuwe aanslag extra goed als hij binnenkomt.
In welke situaties je hem moet aanpassen
Wijzigen is niet verplicht. Maar de Belastingdienst noemt het op de overzichtspagina over de voorlopige aanslag en de bijbehorende uitleg wel verstandig zodra je financiële situatie verandert. De dienst geeft zelf een rijtje voorbeelden.
- Je koopt een huis, of je hypotheekrente verandert omdat je aflost of oversluit.
- Je gaat meer of minder verdienen.
- Je onderneming maakt meer of minder winst, of je stopt ermee.
- Je gaat met pensioen of krijgt een lijfrente-uitkering.
- Je aftrekposten veranderen, zoals zorgkosten, giften of partneralimentatie.
- Je gaat trouwen of samenwonen, je gaat uit elkaar, of je fiscale partner is overleden.
Het omgekeerde kan ook. Krijg je maandelijks geld terug terwijl je daar geen recht meer op hebt, bijvoorbeeld omdat je hypotheekrenteaftrek is weggevallen, dan kun je de aanslag stopzetten of het bedrag verlagen. Stopzetten kan alleen bij een teruggaaf. Voor 2026 kon dat tot 1 oktober 2026. Moet je juist betalen, dan kun je de aanslag alleen wijzigen.
Wat er gebeurt als je niets doet
Dan blijft het bedrag staan en wordt alles bij de aangifte verrekend. Dat klinkt onschuldig, maar het kan flink tegenvallen. Wie elke maand te veel terugkreeg, moet dat bij de aangifte terugbetalen. Wie te weinig betaalde, krijgt een aanslag om bij te betalen. De Belastingdienst noemt meerdere banen of inkomsten als typisch voorbeeld van wie later moet bijbetalen. Kreeg je na je aangifte over 2025 een hoge aanslag, dan raadt de dienst juist aan om een voorlopige aanslag voor 2026 aan te vragen, zodat je het bedrag spreidt.
Zo pas je hem aan
Aanpassen gaat via Mijn Belastingdienst, waar je inlogt met DigiD. De Belastingdienst kan de gegevens van twee jaar eerder alvast voor je invullen, maar dan moet je die wel echt nalopen. Je vult alles opnieuw in, ook wat niet verandert, zoals het saldo van je rekeningen op 1 januari, de WOZ-waarde, je hypotheekgegevens en een schatting van je aftrekposten. Een handige tip van de dienst zelf is dat je het formulier kunt invullen zonder het te versturen. Aan het eind zie je of je geld terugkrijgt of moet bijbetalen, en dan kun je nog besluiten of je het indient.
Een wijziging die je online doorgeeft, verwerkt de Belastingdienst meestal binnen vijf weken. Betaal je, dan kan dat in één keer of in maximaal elf maandelijkse termijnen, waarbij de laatste termijn voor het eind van het jaar binnen moet zijn. Je kunt een voorlopige aanslag over een jaar meestal aanvragen of wijzigen tot 1 mei van het jaar daarna, of tot de datum op je aangiftebrief. Heb je de aangifte over dat jaar al gedaan, dan kan het niet meer.
Mijn advies is simpel. Leg de nieuwe aanslag in december naast je loonstrook, je hypotheekoverzicht en je spaarrekening, en kijk of het nog klopt. Tien minuten werk kan je een flinke rekening achteraf schelen.







