De meeste Nederlanders voelen zich niet achtergesteld, maar een aanzienlijke minderheid wel. Dat is de kern van het onderzoek dat het Sociaal en Cultureel Planbureau op maandag 26 oktober 2026 publiceerde. Bij wonen heeft 30 procent het gevoel dat mensen zoals zijzelf worden benadeeld, bij vertegenwoordiging door de politiek 28 procent, meldt de NOS.
Zulke percentages gaan snel rond, en dan verdwijnt wat erbij hoort. Wie is er gevraagd, wat is er precies gemeten, en hoe hard is zo’n cijfer van 30 procent? Dat bepaalt wat je er wel en niet uit kunt halen.
Wat het SCP heeft onderzocht
Het onderzoek is het derde bericht van de Burgerperspectieven van 2026. Dat is het Continu Onderzoek Burgerperspectieven, een langlopende reeks waarmee het planbureau al jaren de publieke opinie volgt. Elk bericht heeft een eigen thema, en deze keer was dat ervaren achterstelling. Volgens WNL werkte het SCP daarvoor samen met de Universiteit Utrecht.
De onderzoekers keken naar vijf terreinen: wonen, werk, ruimte voor eigen tradities en culturele uitingen, eerlijke rechtspraak en de mate waarin de politiek mensen vertegenwoordigt. Per terrein werd gevraagd of mensen vinden dat hun eigen groep wordt achtergesteld ten opzichte van andere groepen, of juist in het voordeel is. Daarna kwam de vraag ten opzichte van wie, en of mensen dat terecht of onterecht vinden.
De uitkomsten verschillen sterk per terrein. Naast wonen (30 procent) en politiek (28 procent) voelt ongeveer 15 procent zich achtergesteld bij werk en bij ruimte voor tradities, en 7 procent bij de rechtspraak, zo zet WNL op een rij. Het omgekeerde bestaat ook. Bij wonen voelt 20 procent zich juist in het voordeel. De grootste groep zit er tussenin en voelt zich noch achtergesteld, noch bevoordeeld.
Twee manieren van meten
Het SCP gebruikt twee soorten onderzoek naast elkaar, en die hebben elk een andere functie. De cijfers komen uit een enquête onder 1239 Nederlanders van 18 jaar en ouder. Die steekproef is representatief gemaakt op geslacht, leeftijd en opleiding, zodat de uitkomst een beeld geeft van de hele volwassen bevolking.
Daarnaast voerde het planbureau gesprekken met 31 mensen in vier focusgroepen, waarvan twee met alleen mensen met een migratieachtergrond. Zo’n gesprek levert geen percentages op maar redenen. Het laat horen waarom iemand zich achtergesteld voelt en tegenover welke groep. De citaten en voorbeelden die in het nieuws staan, zoals de verontwaardiging over voorrang voor statushouders bij sociale huurwoningen, komen uit die gesprekken. Ze maken het onderzoek begrijpelijk, maar je kunt er niet uit afleiden hoeveel Nederlanders er zo over denken. Daarvoor zijn de percentages uit de enquête.
Hoe hard is 30 procent?
Bij een steekproef van ruim twaalfhonderd mensen hoort een onzekerheidsmarge. Volgens de gangbare statistische vuistregel ligt die bij een uitkomst rond de 30 procent op zo’n tweeënhalf procentpunt naar boven of beneden. Het verschil tussen wonen (30 procent) en politiek (28 procent) valt daar binnen. Je kunt dus niet zeggen dat mensen zich bij wonen duidelijk meer achtergesteld voelen dan bij de politiek. Het verschil met de rechtspraak (7 procent) is wel veel groter dan de marge, en dat is een stevige uitkomst.
Voor kleinere groepen in de steekproef, zoals mbo-opgeleiden met een migratieachtergrond, wordt die marge groter, omdat het om minder mensen gaat. Dat is ook waarom het SCP de enquête aanvult met gesprekken. Bij zulke deelgroepen zeggen de verhalen vaak meer dan een percentage achter de komma.
Gevoel is niet hetzelfde als feit, maar wel echt
Het onderzoek meet ervaren achterstelling, dus hoe mensen hun positie zien. Dat is iets anders dan vaststellen wie objectief slechter af is. Toch zijn die twee niet los van elkaar. Het SCP wijst er volgens de NOS op dat er ook daadwerkelijk sprake is van achterstelling, bij mensen met een migratieachtergrond en bij mensen met een opleiding tot en met mbo-2. Wie zich achtergesteld voelt, zit volgens het rapport vaker in een minder gunstige positie op de woning- of arbeidsmarkt en heeft vaker een lager inkomen of een kleiner netwerk.
Een opvallende uitkomst is hoe verschillend groepen dezelfde samenleving zien. Mbo-opgeleiden zien die volgens het SCP vaker als een strijdtoneel waarin groepen concurreren om schaarse middelen, aandacht en erkenning. Wo-opgeleiden voelen zich op elk terrein vaker in het voordeel. Mbo-opgeleiden met en zonder migratieachtergrond hebben bovendien veel dezelfde zorgen, maar voelen zich op sommige punten juist ten opzichte van elkaar benadeeld. Dat zit wederzijds begrip in de weg, schrijven de onderzoekers.
Ik vind dat het waardevolste deel van het rapport. Een percentage zegt dat er iets speelt, de gesprekken laten zien dat twee groepen hetzelfde probleem ervaren en elkaar de schuld geven. Het SCP noemt het daarom belangrijk dat bij lastige keuzes over schaarse middelen helder wordt gemaakt welke principes van eerlijkheid daarachter zitten.
Wat er nog komt
Dit was niet het laatste bericht van dit jaar. Op 2 november verschijnt Burgerperspectieven 2026 De Stemming, waarin het SCP de algemene stemming in het land over samenleving en politiek peilt. In 2027 volgen opnieuw drie peilingen, met als volgend thema technostress. Wie wil weten hoe zo’n landelijk cijfer tot stand komt bij een ander instituut, kan ook lezen hoe het CBS de inflatie meet. Ook daar zit het verschil tussen een gemiddelde en je eigen ervaring in de kern van het verhaal.







