De prijzen lagen in oktober 3,7 procent hoger dan een jaar eerder, terwijl boodschappen juist iets goedkoper werden. Dat blijkt uit de snelle raming van het CBS van 4 november, waar de NOS over berichtte. Het is de hoogste stand sinds april 2025 en een stap omhoog na de 3,4 procent van september. Dat de inflatie stijgt terwijl de boodschappen dalen, klinkt vreemd. Het zit hem in wat er in het mandje van het CBS ligt, en in hoe zwaar elk onderdeel meetelt.
Wat er duurder en goedkoper werd
Dit is de prijsontwikkeling per productgroep ten opzichte van een jaar eerder, volgens de raming van het CBS.
| Productgroep | Oktober 2026 | September 2026 |
|---|---|---|
| Energie, inclusief motorbrandstoffen | 14,4% | 13,8% |
| Consumptie in het buitenland | 8,6% | 7,7% |
| Diensten | 3,9% | 3,9% |
| Industriële goederen, zonder energie | 1,9% | 1,5% |
| Voedingsmiddelen, dranken en tabak | -0,6% | -1,2% |
| Totaal | 3,7% | 3,4% |
Kijk vooral naar de onderste regel van de groepen. Goedkoper betekent hier goedkoper dan vorig jaar, niet goedkoper dan vorige maand. En dat verschil met vorig jaar is in één maand gehalveerd, van 1,2 naar 0,6 procent. De meevaller in de supermarkt wordt dus kleiner, niet groter.
In die groep zitten bovendien ook alcohol en tabak. Uit de uitgebreide tabel van het CBS blijkt dat voedingsmiddelen alleen in september 1,7 procent onder het niveau van een jaar eerder lagen. Zuivel en eieren waren 3 procent goedkoper, koffie 3,3 procent en oliën en vetten 11,7 procent. Alcohol en tabak waren juist 2,3 procent duurder.
Hoe de rekensom uitpakt
De volledige uitsplitsing over oktober verschijnt pas op 10 november, maar de septembercijfers laten goed zien hoe het werkt. Het CBS geeft elke groep een gewicht, dat aangeeft hoe zwaar die meetelt in het totaal van 100 procent.
| Groep (september 2026) | Gewicht | Prijsverandering | Bijdrage aan de inflatie |
|---|---|---|---|
| Diensten | 51,2% | 3,9% | 1,97 punt |
| Energie, inclusief motorbrandstoffen | 6,0% | 13,8% | 0,83 punt |
| Consumptie in het buitenland | 5,1% | 7,7% | 0,38 punt |
| Industriële goederen, zonder energie | 24,0% | 1,5% | 0,37 punt |
| Voedingsmiddelen, dranken en tabak | 13,7% | -1,2% | -0,16 punt |
Daar staat het antwoord op de vraag uit de kop. Eten en drinken weegt mee voor bijna 14 procent en daalde maar een beetje, dus het drukt de inflatie met slechts 0,16 punt. Energie weegt minder dan de helft daarvan, maar stijgt zo hard dat het 0,83 punt optelt.
Wat in de berichtgeving minder opvalt, zijn de diensten. Dat is alles van huur en verzekeringen tot vervoer en recreatie. Die groep leverde in september met bijna 2 punt meer dan de helft van de hele inflatie. Energie verklaart dus vooral waarom het cijfer de laatste maanden opliep, niet waarom het zo hoog staat.
Ook de stap van 3,4 naar 3,7 procent is niet alleen energie. Reken je grofweg met de septembergewichten, dan leverde energie in oktober zo’n 0,04 punt extra op, en de spullen in de winkel, het kleinere voordeel op voeding en de uitgaven in het buitenland samen ongeveer 0,2 punt. Dat is onze eigen ruwe rekensom. Het definitieve beeld komt van het CBS.
Waarom jouw eigen rekening anders uitpakt
Het inflatiecijfer gaat uit van het uitgavenpatroon van een gemiddeld huishouden, zoals het CBS dat meet. Zo’n huishouden bestaat in werkelijkheid niet, en dat merk je aan de septembercijfers per onderdeel.
- Tanken. Motorbrandstoffen waren 27,2 procent duurder en leverden in hun eentje 0,69 punt. Zonder brandstof was de inflatie in september 2,8 procent. Heb je geen auto, dan raakt de prijs aan de pomp je dus vooral indirect.
- Gas en stroom. Gas werd 7,4 procent duurder, elektriciteit 0,8 procent. Met een vast contract merk je een stijging vaak pas bij verlenging, en het helpt om je voorschot na te kijken.
- Huur. Huurders betaalden 4,4 procent meer voor hun woning, en dat telt met een gewicht van ruim 6 procent stevig door.
- Vliegen. Tickets waren 13,6 procent duurder. Vlieg je niet, dan gaat dat aan je voorbij.
- Bellen. Mobiele communicatie werd juist 4,7 procent goedkoper, net als een aantal andere posten die het totaal drukken.
Wie niet tankt, niet vliegt en veel aan boodschappen uitgeeft, zit dus waarschijnlijk onder de 3,7 procent. Wie veel rijdt en huurt, kan er ruim boven zitten.
Wat er nog kan veranderen
Dit is een eerste raming op basis van onvolledige gegevens. Op 10 november komt het CBS met de reguliere cijfers, en die kunnen afwijken. Van maand op maand stegen de prijzen in oktober met 0,7 procent, tegen gemiddeld 0,5 procent in oktober over de afgelopen tien jaar. Daar zit ook een seizoenseffect in, want kleding bijvoorbeeld is buiten de uitverkoop duurder. Een lager cijfer later betekent trouwens niet dat dingen goedkoper worden. Het betekent alleen dat de prijzen minder snel stijgen.






