Zodra het eind oktober kouder wordt, duikt het getal van Hellmann weer op in weerberichten en op sociale media. Het wordt ook wel het koudegetal genoemd. Het is de maat waarmee in Nederland wordt vastgesteld hoe koud een winter echt was. Het KNMI houdt het sinds 1902 bij voor De Bilt. Op 1 november begint de telling opnieuw. Hoe werkt dat getal, wanneer heet een winter koud, en waarom blijft de teller de laatste jaren zo laag?
Hoe het getal wordt berekend
Het koudegetal is vernoemd naar de Duitse meteoroloog Gustav Hellmann en wordt ook in Duitsland gebruikt. De rekenregel is eenvoudig. Je kijkt elke dag naar de gemiddelde temperatuur over het hele etmaal in De Bilt. Ligt dat gemiddelde onder nul, dan tel je het getal zonder minteken op bij de stand van de winter. Een dag met een gemiddelde van min 1,3 graden levert dus 1,3 punt op. Een dag met een gemiddelde van plus 0,5 graden levert niets op, en trekt ook niets af.
De telling loopt van 1 november tot en met 31 maart. De uitkomst krijgt het jaartal van het einde van de winter. Het getal van 2026 gaat dus over de winter van 1 november 2025 tot en met 31 maart 2026.
Er zit een belangrijke eigenschap in die rekenregel. Zachte dagen tellen niet mee, dus een warme decembermaand kan een koude februari niet uitvlakken. Daardoor zegt het getal vooral iets over de vorstperiodes. Het nadeel benoemt Weer.nl ook. Een paar heel koude dagen in een verder zachte winter kunnen het getal flink opdrijven, terwijl een winter met veel nachtvorst en dagen net boven nul bijna niets scoort. Dagen met vorst alleen in de nacht vallen meestal weg, omdat het etmaalgemiddelde dan boven nul uitkomt.
Vanaf wanneer een winter koud heet
Het KNMI deelt de winters op basis van het getal in klassen in.
| Koudegetal | Winter |
|---|---|
| boven 300 | streng |
| boven 160 | zeer koud |
| boven 100 | koud |
| onder 100 | mild |
| onder 40 | zacht |
| onder 20 | zeer zacht |
| onder 10 | buitengewoon zacht |
Een echt strenge winter is zeldzaam. Volgens de lijst van het KNMI kwam het getal maar drie keer boven de 300, in 1942, 1947 en 1963. De winter van 1947 staat bovenaan met 342,5. Daarna volgen 1963 en 1942, winters waar oudere generaties nog altijd over vertellen.
Hoe de laatste winters scoorden
De laatste winter die het KNMI als koud kon boeken, was die van 1996/1997, met een getal van 131,6. Sindsdien kwam geen enkele winter meer boven de 100. Het hoogste getal van deze eeuw is 94,7 uit 2010. Sinds 2014 bleef elke winter onder de 40, dertien keer op rij. De winter van 2020 haalde 0,1 en die van 2014 zelfs precies 0.
| Winter (jaar van einde) | Koudegetal De Bilt | Klasse |
|---|---|---|
| 2026 | 15,6 | zeer zacht |
| 2025 | 6,7 | buitengewoon zacht |
| 2024 | 15,8 | zeer zacht |
| 2023 | 22,5 | zacht |
| 2022 | 6,6 | buitengewoon zacht |
| 2021 | 36,3 | zacht |
| 2020 | 0,1 | buitengewoon zacht |
| 2019 | 12,1 | zeer zacht |
| 2018 | 34,1 | zacht |
| 2017 | 36,0 | zacht |
Tel je die tien winters bij elkaar op, dan kom je op 185,8. Dat is gemiddeld ongeveer 19 per winter. Een gemiddelde winter van het afgelopen decennium valt daarmee net in de klasse zeer zacht. Dat past in een lange trend. Weer.nl rekende voor dat het gemiddelde over dertig jaar sinds de jaren vijftig daalt, van 57,2 in de periode 1981 tot 2010 naar 43,9 in de periode daarna.
Wat er nodig is voor een koude winter
Met de rekenregel kun je zelf uitrekenen hoeveel vorst er nodig is om weer eens boven de 100 te komen. Stel dat het twee weken achter elkaar gemiddeld vijf graden vriest in De Bilt. Dat levert veertien keer vijf, dus 70 punten op. Dan moet er de rest van de winter nog ruim 30 punten bij komen, bijvoorbeeld een tweede koudegolf van een week met gemiddeld min 4. Zoveel vorst bij elkaar heeft De Bilt sinds 1997 in geen enkele winter meer gehaald.
Het laat ook zien waarom één koude week weinig zegt. De winter van 2021 had met 36,3 het hoogste getal van de afgelopen tien jaar, en ook die eindigde in de klasse zacht. Ik vind dat eerlijk gezegd het mooie van dit getal. Het is nuchter. Het geeft geen punten voor gevoel, alleen voor graden onder nul.
Wie deze winter wil meekijken, kan vanaf 1 november op de KNMI-pagina de actuele stand volgen. Voor wie zich afvraagt wat er bij echte kou op de weg gebeurt, schreven we eerder over wie bepaalt welke wegen gestrooid worden. En hoe het KNMI aan de andere kant van het jaar een record vaststelt, lees je in ons stuk over officiële warmterecords.







