Oktober is de maand waarin het in Nederland weer gaat waaien. Vorig jaar raasde storm Benjamin op 23 oktober over het land, en ook dit seizoen komt er vroeg of laat een storm met een naam in het nieuws. Die naam is geen verzinsel van een weerpresentator. Achter elke stormnaam zit een vaste lijst, een samenwerking tussen drie landen en een duidelijke regel over wanneer een storm een naam krijgt.
Drie weerdiensten, één lijst
Nederland bepaalt stormnamen niet alleen. Het KNMI werkt sinds 2019 samen met de Britse weerdienst Met Office en de Ierse weerdienst Met Éireann, die al sinds 2015 samen stormen benoemen. Samen vormen ze de zogeheten westgroep. Volgens de uitleg van het KNMI over de naamgeving van stormen koos Nederland voor deze groep omdat de meeste stormen ons land vanuit het westen bereiken. Een storm die over Ierland en Groot-Brittannië naar ons toe trekt, houdt zo onderweg dezelfde naam.
Europa telt inmiddels vijf van zulke groepen. België zit met Luxemburg, Frankrijk, Spanje en Portugal in de zuidwestgroep, Denemarken, Zweden en Noorwegen vormen de noordgroep, en sinds 2021 zijn er twee groepen rond de Middellandse Zee bijgekomen. Elke groep heeft een eigen lijst. Trekt een storm van het ene gebied naar het andere, dan behoudt hij de naam die hij als eerste kreeg. Duitsland doet volgens het KNMI niet mee en heeft een commercieel systeem. Het kan dus gebeuren dat je in Duitse media een andere naam hoort voor dezelfde storm.
Zo komt de lijst tot stand
Elke weerdienst levert zeven namen aan, en samen vormen die een alfabetische lijst van eenentwintig namen. De letters Q, U, X, Y en Z worden overgeslagen. Dat is een internationale afspraak met het National Hurricane Center, dat de orkaannamen voor de Atlantische Oceaan beheert. Zo lopen de systemen niet door elkaar. Komt er een uitgewaaide orkaan over de oceaan naar Europa, dan spreekt het KNMI van een ex-orkaan met de oorspronkelijke naam en geeft het die storm geen nieuwe.
Het publiek mag meedenken. Wie een naam wilde voorstellen voor het seizoen 2026 tot 2027, kon dat volgens het KNMI-nieuwsbericht van 1 september doen tussen 7 april en 7 mei 2026. Uit de inzendingen kiest het KNMI namen met een verhaal. Zo staat Dano op de lijst als eerbetoon aan kustonderzoeker Dano Roelvink, die modellen voor stormvloeden en duinerosie ontwikkelde en dit jaar met pensioen gaat. Jade werd door 549 mensen ingestuurd als eerbetoon aan de overleden influencer Jade Kops. En Wende verwijst naar het verdwenen dorp De Westen op Texel. Ik vind dat een mooie gewoonte. Een naam met een verhaal blijft beter hangen dan een code, en daar draait het uiteindelijk om.
Dit zijn de eenentwintig namen voor het stormseizoen dat op 1 september 2026 begon.
- Austen, Boelo, Chloe, Dano, Evelyn, Finn, Gwendolyn
- Heather, Ivy, Jade, Kilian, Laoise, Miriam, Nicola
- Olaf, Phelim, Ruban, Shaun, Theo, Vesna, Wende
De Nederlandse inbreng bestaat uit Boelo, Dano, Gwendolyn, Jade, Olaf, Vesna en Wende. De eerste storm van het seizoen heet Austen, een Ierse naam die verwijst naar de eerste directeur van de Ierse weerdienst. De Britten hebben er een opvallende naam tussen gezet, want Shaun komt van de animatieserie Shaun het Schaap.
Wanneer een storm echt een naam krijgt
Niet elke harde wind krijgt een naam. Volgens het KNMI krijgt een storm een naam bij een verwachte code oranje of code rood voor windstoten. Daarbij telt niet alleen hoe hard het waait, maar ook wat de gevolgen kunnen zijn en hoe groot de kans is dat het weer echt zo uitpakt. Hoe zo’n code wordt bepaald, lees je in hoe een weeralarm tot stand komt.
In uitzonderlijke gevallen kan ook code geel genoeg zijn. Dat gebeurt bijvoorbeeld als Groot-Brittannië of Ierland een storm al een naam heeft gegeven die hier ook voor onstuimig weer kan zorgen, of als het KNMI verwacht dat code geel later kan opschalen naar oranje. Een storm die al een naam kreeg van een andere Europese groep, houdt die naam ook bij ons. Zo ging het in december 2023 met storm Pia, die door de Deense weerdienst was benoemd.
Een storm met een naam hoeft Nederland overigens niet te raken. In het seizoen 2025 tot 2026 zijn volgens het KNMI drie namen van de westlijst gebruikt en één van de lijst van de zuiderburen. Bram in december 2025 en Chandra in januari 2026 trokken over Groot-Brittannië en Ierland, maar Nederland had er geen last van. Benjamin daarentegen zorgde hier op 23 oktober 2025 wel voor flinke overlast, met omgewaaide bomen en verkeershinder.
Waarom een storm eigenlijk een naam krijgt
Het doel is volgens het KNMI om mensen al voor het slechte weer bewust te maken van het gevaar, zodat ze zich kunnen voorbereiden. Een storm met een naam is makkelijker te volgen in het nieuws en op sociale media, zeker als er meerdere stormen kort na elkaar komen. Dat lijkt te werken. Bij storm Benjamin wist 97 procent van de ondervraagden dat de storm een naam had en welke naam dat was. Tegelijk maakt het vier op de vijf mensen volgens eerder onderzoek van het KNMI niet uit of stormen een naam krijgen.
Er verschijnt elk jaar in september een nieuwe lijst, ook al wordt die bijna nooit helemaal gebruikt. Het KNMI noemt seizoenen met maar één storm en seizoenen met negen. De kans dat we dit seizoen bij Wende uitkomen is dus klein. Volgens het KNMI worden stormen in Nederland ook niet vaker of zwaarder door klimaatverandering. Wel kan er meer regen meekomen, en aan de kust nemen de gevolgen toe door de stijgende zeespiegel.
Hoor je deze herfst dus een naam als Austen of Boelo voorbijkomen, dan weet je dat een weerdienst rekening houdt met gevaarlijke windstoten. Dat is het moment om de tuinstoelen binnen te zetten en de waarschuwingen van het KNMI te volgen.







