Wie een kind op de middelbare school heeft, kent het ritueel van eind augustus. Een doos met boeken op de stoep, een stapel werkboeken die nog geplastificeerd moet worden en een inlogcode voor een digitale methode. Volgens de Autoriteit Consument en Markt (ACM) zit achter die doos een markt die niet goed werkt. De toezichthouder presenteerde op 5 oktober 2026 een onderzoek naar de leermaterialen in het voortgezet onderwijs, en de conclusie is stevig. De prijzen stijgen al zeven jaar sneller dan die van vergelijkbare producten, en scholen krijgen te vaak papier en digitaal als verplicht pakket aangeboden.
Wat betekent dat nu voor ouders en leerlingen? Minder direct dan de koppen doen vermoeden, maar zeker niet niets.
Wat de ACM precies zegt
Middelbare scholen kopen samen jaarlijks voor ongeveer 280 miljoen euro aan papieren en digitale leermaterialen in, schrijft de ACM in haar persbericht over het onderzoek. Drie uitgevers hebben in de meeste vakken een groot en stabiel marktaandeel. De NOS noemt ze bij naam (ThiemeMeulenhoff, Malmberg en Noordhoff) in haar verslag van het rapport. Scholen stappen zelden over op een andere methode, ook niet als de prijs omhoog gaat, en dat geeft uitgevers weinig reden om scherp te prijzen.
De ACM richt zich vooral op twee verkooppraktijken. De eerste is koppelverkoop, waarbij een school het leerboek alleen kan krijgen samen met een licentie voor de digitale versie, of andersom. De tweede is het verdwijnen van herbruikbare boeken. Het aanbod daarvan is volgens de toezichthouder de laatste jaren gedaald tot bijna nul. In plaats daarvan werken veel leerlingen in werkboeken die na een schooljaar bij het oud papier gaan.
Belangrijk om te weten is wat het rapport niet is. Het is geen boete en geen uitspraak over overtredingen. De ACM doet aanbevelingen aan uitgevers, scholen, de scholencoöperatie SIVON en de ministeries. Alleen als uitgevers met een machtspositie in een vak blijven vasthouden aan verplichte pakketten, kan er een handhavingsonderzoek volgen. Tegen kleinere uitgevers kan de ACM met de huidige wetgeving weinig beginnen.
Betalen ouders niet al niets voor schoolboeken?
Dat klopt, en daarom is het verhaal voor ouders anders dan het op het eerste gezicht lijkt. In het voortgezet onderwijs zijn leerboeken, werkboeken, examenbundels en ook de licentiekosten van digitaal lesmateriaal gratis voor leerlingen. De school betaalt ze. Op de pagina van de Rijksoverheid over gratis schoolboeken staat precies wat daaronder valt en wat niet. Een atlas, woordenboek, rekenmachine, agenda, gymkleren, schriften en pennen koop je als ouder zelf.
Duurdere boeken komen dus niet als rekening bij jou op de mat. Ze komen terecht in de begroting van de school. En daar zit het punt dat ik in de discussie vaak mis. Elke euro die een school extra kwijt is aan een verplicht pakket, kan niet naar iets anders. De ACM zegt het zelf ook, geld dat scholen besparen op leermaterialen kunnen ze inzetten voor beter onderwijs. Denk aan kleinere klassen, extra begeleiding of een leenlaptop voor wie er thuis geen heeft. Een markt die niet werkt kost ouders dus wel degelijk iets, alleen via een omweg.
Waar je het als ouder wel kunt merken
Er zijn een paar plekken waar de boekenkwestie dichter bij huis komt.
- De borg. Scholen mogen een borg vragen voor gratis boeken, maar die is vrijwillig. Je kind krijgt de boeken ook als je niet betaalt, en de medezeggenschapsraad moet met de regeling hebben ingestemd.
- Werkboeken die langer mee moeten. Een school mag leerlingen vragen niet in een werkboek te schrijven, zodat het een tweede jaar mee kan. Is dat duidelijk gemeld en schrijft je kind er toch in, dan mag de school vragen het boek te vergoeden. Als scholen na dit rapport meer gaan hergebruiken, kom je dit vaker tegen.
- Thuisbezorgen. De ACM vraagt scholen zich af te vragen of het echt nodig is dat boeken thuis worden bezorgd. Voor ouders verandert er weinig, want bezorging mag nooit extra geld kosten. Wel kan het ophalen op school weer gewoner worden.
- De laptop. Een laptop of tablet valt niet onder gratis lesmateriaal. Een school mag ouders vragen er een aan te schaffen, maar mag het niet verplichten en moet een alternatief bieden. Hoe meer lesstof alleen digitaal beschikbaar is, hoe belangrijker die regel wordt.
Wat er nu kan veranderen
De grootste verandering ligt bij de scholen zelf, en dat vind ik eerlijk gezegd het interessantste deel van het rapport. De ACM schuift de verantwoordelijkheid niet alleen naar de uitgevers. Scholen worden opgeroepen een eigen beleid voor leermaterialen te maken, met vaste momenten om gebruik, prijs en kwaliteit te evalueren, en vaker samen in te kopen via SIVON. De toezichthouder stelt voor te beginnen bij de bètavakken en bij vakken waarin nu nauwelijks keuze tussen methodes is.
Voor uitgevers is de boodschap simpel, boeken en licenties los aanbieden zoals al was afgesproken. De vereniging van educatieve uitgevers MEVW had haar leden eerder dit jaar al aangeraden te stoppen met koppelverkoop. Dat de ACM het nu nog eens zwart op wit zet, zegt iets over hoe hard die aanbeveling in de praktijk is opgevolgd.
Snel gaat het niet. Lesmethodes worden voor meerdere jaren gekozen, en scholen zijn bovendien bezig met de invoering van het nieuwe landelijke curriculum. De kans is groot dat leerlingen dit schooljaar en het volgende nog met dezelfde dozen thuiskomen.
Wat je nu kunt doen
Wil je als ouder invloed, dan is de medezeggenschapsraad de plek. Die stemt in met de borgregeling en heeft zicht op de schoolbegroting. Een vraag als “kopen we onze boeken in via een gezamenlijke aanbesteding, en hoeveel werkboeken gaan er elk jaar weg” is na dit rapport een volkomen redelijke vraag. Ook leerlingen kunnen via de leerlingenraad aankaarten dat ze liever een boek hergebruiken dan elk jaar een nieuw werkboek wegdoen.
Verder is het goed om de lijst met wat gratis is bij de hand te houden. Vraagt een school om een verplichte bijdrage voor iets dat eigenlijk lesmateriaal is, dan is dat het moment om door te vragen. De doos op de stoep blijft voorlopig, maar wat erin zit en wat het kost, is na 5 oktober wel een vraag die op tafel ligt.







