Een vergunning die wordt geweigerd, een boete voor je container of een WOZ-waarde die veel te hoog lijkt. Wie het niet eens is met een besluit van de gemeente, kan bezwaar maken. Dat is gratis en je hebt er geen advocaat voor nodig. Toch zien veel mensen ertegen op, vooral omdat niet duidelijk is wat er na het versturen van je brief gebeurt. In veel gemeenten speelt daarbij een commissie bezwaarschriften een rol. Wat doet die commissie, en hoe verloopt zo’n procedure?
Eerst de basis, wat is een besluit?
Je kunt alleen bezwaar maken tegen een besluit. Dat is een beslissing van de gemeente die direct gevolgen heeft voor jou, zoals een vergunning, een subsidie, een uitkering, een handhavingsbesluit of een belastingaanslag. Een brief waarin de gemeente alleen iets uitlegt of aankondigt, is meestal geen besluit. Onderaan een echt besluit staat bijna altijd een zin dat je binnen zes weken bezwaar kunt maken.
De regels voor bezwaar staan in de Algemene wet bestuursrecht, kortweg de Awb. Die geldt voor alle overheden, dus de stappen hieronder zijn in Utrecht dezelfde als in Delfzijl.
Je bezwaarschrift, waar het aan moet voldoen
De termijn is zes weken, gerekend vanaf de dag na de datum op het besluit. Die termijn is streng. Ben je te laat, dan kan de gemeente je bezwaar niet-ontvankelijk verklaren zonder er inhoudelijk naar te kijken. Heb je nog niet alle argumenten op een rij, stuur dan op tijd een kort bezwaar en schrijf erbij dat je de gronden later aanvult. Dat heet een pro-formabezwaar, en de gemeente geeft je dan een nieuwe termijn.
Je bezwaarschrift moet een paar dingen bevatten.
- Je naam en adres
- De datum van je brief
- Een omschrijving van het besluit waartegen je bezwaar maakt, het liefst met kenmerk of een kopie
- De reden waarom je het er niet mee eens bent
- Je handtekening
Veel gemeenten hebben een digitaal formulier, waarbij je met DigiD inlogt. Dat is prima, maar bewaar altijd een kopie of de ontvangstbevestiging. Stuur je per post, dan is aangetekend verstandig.
Wat de commissie bezwaarschriften doet
Na ontvangst kijkt de gemeente eerst of je bezwaar ontvankelijk is. Daarna volgt de inhoudelijke behandeling. Bij veel besluiten laat het college van burgemeester en wethouders zich adviseren door een onafhankelijke commissie bezwaarschriften. De leden zijn geen ambtenaren van de afdeling die het besluit nam, en de voorzitter komt vaak van buiten de gemeente. Gemeenten werven die leden openbaar, zoals je ook op vacaturesites als Binnenlands Bestuur kunt zien.
De commissie beslist zelf niets. Ze geeft een advies aan het college, en het college neemt de beslissing op bezwaar. Wijkt het college af van het advies, dan moet het uitleggen waarom. Dat gebeurt niet vaak, en daarom is het advies van de commissie in de praktijk erg belangrijk.
Let op, niet elk bezwaar gaat via de commissie. Bezwaren tegen gemeentelijke belastingen en de WOZ-waarde worden meestal behandeld door de heffingsambtenaar zelf. Over hoe die waarde doorwerkt in je aanslag, lees je meer in ons stuk over hoe je gemeente de ozb vaststelt.
De hoorzitting
Voordat er een beslissing valt, heb je het recht om gehoord te worden. Bij een commissie gebeurt dat in een hoorzitting. Je krijgt een uitnodiging met datum en tijd, en vaak ook het dossier. Lees dat goed, want daarin staat hoe de gemeente haar besluit verdedigt.
Zo’n zitting is minder spannend dan het klinkt. Je zit aan tafel met de commissieleden en iemand van de afdeling die het besluit nam. Je mag je bezwaar toelichten, de gemeente reageert en de commissie stelt vragen. Een zitting duurt meestal niet langer dan een half uur tot een uur. Je mag iemand meenemen, en heb je buren die met hetzelfde besluit zitten, dan kunnen jullie vaak samen worden gehoord.
Mijn ervaring is dat het helpt om je verhaal kort te houden. Begin met wat je wilt, bijvoorbeeld dat de vergunning alsnog wordt verleend, en geef daarna je twee of drie sterkste argumenten. De commissie heeft je brief al gelezen. Herhalen heeft weinig zin, aanvullen wel.
Hoe lang het duurt, en wat als je ongelijk krijgt
De gemeente moet binnen zes weken na afloop van de bezwaartermijn beslissen. Is er een commissie, dan is dat twaalf weken. Die termijn mag een keer met zes weken worden verlengd. Duurt het langer, dan kun je de gemeente schriftelijk in gebreke stellen. Twee weken daarna loopt er een dwangsom, die de gemeente aan jou moet betalen zolang de beslissing uitblijft.
Krijg je gelijk, dan wordt het besluit herzien. Heb je kosten gemaakt voor professionele hulp, dan kun je vragen om een vergoeding daarvan. Dat moet je wel tijdens de bezwaarprocedure aanvragen, niet achteraf.
Krijg je ongelijk, dan kun je in beroep bij de rechtbank. Daarvoor betaal je griffierecht. Ook bij de rechter heb je geen advocaat nodig, al is hulp van een jurist of het Juridisch Loket bij ingewikkelde zaken geen overbodige luxe. Ben je vooral ontevreden over hoe de gemeente met je omging, en minder over het besluit zelf, dan is een klacht vaak de betere weg. Daarvoor kun je uiteindelijk terecht bij de Nationale ombudsman of een gemeentelijke ombudsman.
Een bezwaar is geen ruzie met de gemeente. Het is de manier die de wet je geeft om een besluit nog eens te laten bekijken, door andere ogen. Gebruik die kans als je denkt dat het besluit niet klopt. Wie de WOZ-beschikking in februari weer op de mat krijgt, weet dan in elk geval hoe het werkt.







