Wie in de nacht van zaterdag 10 op zondag 11 oktober naar buiten liep om het noorderlicht te zien, stond vaak naar een donkere hemel te turen. Toch stroomden de foto’s met paarse en roze gloed binnen. Volgens de NOS was het noorderlicht tussen de regenbuien door te zien, maar alleen door een lens. Het heet fotografisch noorderlicht, en het is geen trucje of filter. Je telefoon ziet echt iets wat jouw ogen missen.
Wat er zaterdagnacht gebeurde
Het noorderlicht ontstaat door een zonnestorm. Volgens het KNMI raken geladen deeltjes in het magneetveld van de aarde in beweging als dat veld wordt verstoord door deeltjes van de zon, vaak een tot drie dagen na een uitbarsting. Die deeltjes botsen hoog in de atmosfeer met zuurstof en stikstof, en de energie die daarbij vrijkomt zie je als licht.
Zaterdag was er de hele avond veel bewolking. Vooral in de zuidelijke helft van het land brak die genoeg open. De NOS kreeg foto’s binnen uit Limburg, Zuid-Holland en Gelderland, onder meer uit de Achterhoek, de Biesbosch en Arnhem. L1 Nieuws meldde foto’s uit Reuver, Blitterswijck en Nieuwstadt. Een inwoner van Blitterswijck vertelde de omroep dat ze met het blote oog niets zag, en met de camera wel.
Waarom je telefoon het wel ziet en jij niet
Het verschil zit in twee dingen, je ogen in het donker en de manier waarop een camera licht verzamelt.
In je netvlies zitten twee soorten lichtcellen. De kegeltjes zien kleur, maar hebben behoorlijk veel licht nodig. In het donker nemen de staafjes het over. Die zijn veel gevoeliger, maar ze zien geen kleur. Daarom lijkt alles ’s nachts grijs. Een zwakke gloed aan de hemel is voor je ogen hooguit een melkachtige, lichte vlek, als je hem al opmerkt.
Een camera werkt anders. Hij kan de sluiter seconden lang openhouden en al die tijd licht opsparen. Wat voor jou te zwak is, stapelt zich op de sensor op tot een duidelijk beeld. De nachtstand van een smartphone doet precies dat, door een reeks opnames achter elkaar te maken en samen te voegen. En de sensor ziet wel kleur, ook bij weinig licht.
Dan is er nog de kleur zelf. Volgens het KNMI hangt die af van het gas en de hoogte. Zuurstof geeft groen of rood licht, stikstof blauw, paars of rood. Op grote hoogte overheerst rood. Wie ver van de pool woont, zoals wij, kijkt door de kromming van de aarde vooral naar die hoge lagen. Dat verklaart waarom de foto’s uit Nederland vaak rood, roze en paars zijn en zelden het felle groen uit Noorwegen of IJsland tonen. Rood is ook precies de kleur waar onze staafjes het slechtst op reageren. Een zwakke rode gloed boven de horizon is dus haast onzichtbaar, terwijl hij op een foto meteen opvalt.
Ik vind dat eigenlijk een mooie gedachte. Het licht is er echt, alleen zijn onze ogen er niet voor gebouwd. Wie een foto van zaterdagnacht ziet en roept dat er een filter overheen zit, heeft het dus mis.
Zo leg je het zelf vast
Krijg je een melding dat er kans is op noorderlicht, dan heb je geen dure camera nodig. Een telefoon met nachtstand komt al een heel eind. Dit helpt.
- Zoek het donker op. Ga weg van straatlantaarns en de lichtgloed van een stad. Een dijk, een weiland of een strand werkt beter dan een achtertuin.
- Kijk naar het noorden. In Nederland zit het noorderlicht meestal laag boven de noordelijke horizon. Een open uitzicht die kant op is belangrijker dan hoogte.
- Zet de nachtstand aan. Op de meeste telefoons schakelt die vanzelf in als het donker is. Hoe langer de opname, hoe meer licht je vangt.
- Houd de telefoon stil. Leg hem op een muurtje, tegen een paal of op een klein statief. Elke beweging tijdens een lange opname maakt het beeld wazig.
- Zet de flitser uit. Die verlicht alleen wat vlak voor je staat en maakt de hemel juist donkerder.
- Neem gewoon een foto, ook als je niets ziet. Dat is de hele les van zaterdag. Wie alleen fotografeerde wat hij met eigen ogen zag, ging met lege handen naar huis.
Een heldere hemel is wel een voorwaarde. Tegen dikke bewolking kan ook de beste camera niets beginnen.
Hoe vaak krijg je nog een kans
De zon heeft een cyclus van ongeveer elf jaar, met een periode van veel en een periode van weinig activiteit. Volgens het KNMI zitten we in een zonnemaximum dat rond 2024 en 2025 zijn piek bereikte. Daarom was het noorderlicht de afgelopen jaren geregeld te zien in Nederland. Die activiteit neemt de komende jaren af. Het KNMI zegt tegen de NOS dat de kans om het noorderlicht te zien in de rustige periode rond 2030 erg klein is.
Het KNMI noemt eind maart en eind september als periodes met een iets grotere kans, door de stand van de aarde ten opzichte van het magneetveld van de zon. Mijn advies is dus simpel. Zie je de komende tijd een waarschuwing voorbijkomen, ga dan naar buiten en houd je telefoon omhoog. Het kan zomaar een van de laatste goede kansen zijn voor een paar jaar.







