In deze weken stellen gemeenteraden hun begroting voor 2027 vast, en in veel gemeenten gaat de afvalstoffenheffing flink omhoog. Westland meldt een stijging van een kwart, Zwolle wil het vaste tarief met ruim 21 procent verhogen, en ook Altena, Zaanstad en Schagen zitten rond de 10 procent. De aanslag valt pas begin volgend jaar op de mat, maar de keuzes worden nu gemaakt. Hoe komt zo’n bedrag eigenlijk tot stand, en waarom stijgt het zo vaak harder dan de inflatie?
Een heffing die precies de kosten moet dekken
De afvalstoffenheffing is anders dan de ozb. Over de ozb mag een gemeente vrij beslissen wat ze ermee doet. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing. Een gemeente mag er alleen de kosten mee betalen die horen bij het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval, en ze mag er geen winst op maken. Het tarief mag dus maximaal kostendekkend zijn.
Dat klinkt als een rem, en dat is het ook. Maar het betekent ook dat elke kostenstijging bijna één op één bij de inwoners terechtkomt. Er is geen buffer. Stijgen de lonen van de vuilnismannen, wordt het verbranden van restafval duurder of moet er een nieuwe vrachtwagen komen, dan gaat het tarief omhoog.
Wat er precies onder de kosten valt, kiest de gemeente zelf binnen de regels. Daar zit de ruimte waar veel stijgingen vandaan komen. Naast het ophalen en verwerken van afval mag een gemeente ook een deel van de straatreiniging, het opruimen van zwerfafval, de milieustraat, de kwijtschelding voor minima en de btw toerekenen. Hoe groter dat deel, hoe hoger de heffing.
Zwolle als voorbeeld
Hoe dat in de praktijk werkt, laat Zwolle mooi zien. Volgens de tarievennota 2027, waarover ZwolleNu schreef, gaat het aandeel van straatreiniging en zwerfafval dat via de afvalstoffenheffing wordt betaald van 30 naar 36,5 procent. Ook alle kosten voor het opruimen van dumpingen en bijplaatsingen naast containers gaan voortaan naar de heffing. Samen met de kosten voor afvalcoaches levert dat volgens de gemeente zo’n 865.000 euro extra toegerekende kosten op. Het afval zelf wordt daar niet duurder van, maar de rekening voor de inwoner wel.
| Zwolle | 2026 | 2027 (voorstel) |
|---|---|---|
| Vast tarief eenpersoonshuishouden | 217,78 euro | 264,79 euro |
| Vast tarief meerpersoonshuishouden | 272,22 euro | 330,99 euro |
| Zak van 60 liter restafval, per keer | 1,80 euro | 2,10 euro |
| Meerpersoonshuishouden, 20 zakken per jaar, totaal | 308,22 euro | 372,99 euro |
Wie de tabel bekijkt, ziet meteen dat de stijging vooral in het vaste deel zit. Dat is opvallend, omdat Zwolle in 2023 diftar invoerde om juist het weggooien van restafval te laten tellen. Het vaste deel betaal je hoe goed je ook scheidt.
Vastrecht, diftar en de keuze van je gemeente
Gemeenten kiezen grofweg uit drie systemen. Bij een vast tarief betaalt elk huishouden hetzelfde, soms verschillend voor een- en meerpersoonshuishoudens. Bij diftar, de afkorting van gedifferentieerde tarieven, betaal je een lager vast bedrag plus een bedrag per keer dat je restafval aanbiedt of per kilo. En steeds meer gemeenten kiezen een mengvorm, waarbij een aantal ledigingen in het vaste bedrag zit en je pas boven dat aantal extra betaalt.
Het idee achter diftar is eenvoudig. Wie zijn afval goed scheidt, heeft minder restafval en betaalt minder. In Zwolle daalde het fijne restafval na de invoering ook fors, van 164 kilo per inwoner in 2022 naar 97 kilo in 2023. Maar sindsdien staat die daling stil, en het aantal geregistreerde bijplaatsingen naast containers steeg in dezelfde periode met bijna 88 procent. Een direct verband met diftar is volgens ZwolleNu niet bewezen, maar het laat de keerzijde zien. Mensen die per zak moeten betalen, zetten hun afval soms naast de container in plaats van erin. Het opruimen daarvan betalen alle inwoners weer via de heffing.
Daar zit volgens mij de eerlijke kern van het hele verhaal. Een systeem dat goed gedrag beloont, werkt alleen als de grote meerderheid meedoet. Doet een kleine groep dat niet, dan betaalt de rest de rekening twee keer.
Waarom het tarief vaker stijgt dan je zou verwachten
Naast de keuzes van de gemeente spelen een paar kosten waar een gemeente weinig aan kan doen. De verwerkingskosten van restafval zijn de afgelopen jaren gestegen, onder meer door de rijksbelasting op het verbranden en storten van afval. Ook vervuild gescheiden afval kost geld. In Zwolle moest in de eerste helft van 2026 ongeveer 65 procent van het gft uit hoogbouw toch als restafval worden verbrand, onder meer door verkeerde plastic zakjes. Afgekeurd gft levert niets op en kost extra.
Een andere reden is dat gemeenten soms jarenlang onder de kostendekkende grens bleven, met geld uit een reserve of uit de algemene middelen. Raakt die pot leeg, of moet de gemeente bezuinigen, dan springt het tarief in een keer omhoog. Zwolle moet volgens de lokale media 10 miljoen euro bezuinigen, en dan ligt het voor de hand om kosten die eerder uit andere budgetten kwamen nu volledig in de heffing te stoppen.
Wat je zelf kunt doen
Je kunt het tarief niet zelf verlagen, maar je kunt wel invloed hebben. De gemeenteraad beslist meestal in november of december over de tarieven voor 2027, en de tarievennota staat meestal openbaar op de site van de gemeente. Daar zie je welk deel van de kosten wordt toegerekend en waarom. Bij veel gemeenten kun je als inwoner inspreken voordat de raad stemt.
Woon je in een gemeente met diftar, dan loont het om te kijken hoe vaak je je restafval eigenlijk aanbiedt. Betaal je per lediging, dan kost een halfvolle container evenveel als een volle. Heb je een laag inkomen, dan kun je bij de meeste gemeenten kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing. En klopt het aantal ledigingen op je aanslag niet met wat je zelf hebt aangeboden, dan kun je binnen zes weken na de dagtekening bezwaar maken, net als bij de ozb.







