Elk najaar komt hetzelfde bericht voorbij. De trein wordt per 1 januari weer duurder, en meestal gaat het om een percentage waar reizigers van schrikken. Maar wie bepaalt eigenlijk hoeveel een treinkaartje kost? Is dat de NS zelf, het kabinet of de Tweede Kamer? Het antwoord is een mengvorm, en wie die snapt, begrijpt ook waarom de stijging het ene jaar meevalt en het andere jaar flink tegenvalt.
De NS mag de prijs niet zomaar zelf kiezen
De NS rijdt op het hoofdrailnet, de grote treinverbindingen in Nederland, met een concessie van de Rijksoverheid. Dat is een soort vergunning met voorwaarden. De huidige concessie loopt van 1 januari 2025 tot december 2033 en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor de afspraken die erin staan. Volgens de Rijksoverheid mag de NS de tarieven elk jaar verhogen, onder andere op basis van de inflatie.
Die regels gelden alleen voor een deel van de kaartsoorten. Beschermd zijn de gewone enkele reis in de tweede klas tegen vol tarief, jaar- en maandtrajectkaarten en de producten om vrij te reizen in de tweede klas. Voor andere kaartsoorten, zoals veel kortingsabonnementen, staan er geen voorschriften in de concessie en bepaalt de NS de prijs zelf.
Dat onderscheid is belangrijk. Als je leest dat de trein gemiddeld een bepaald percentage duurder wordt, kan jouw eigen abonnement daar dus boven of onder zitten.
Hoe het percentage tot stand komt
Lange tijd was de rekensom simpel. De prijs steeg met de verwachte inflatie voor het komende jaar. Dat ging mis toen de werkelijke inflatie een paar jaar achter elkaar veel hoger uitviel dan voorspeld. Volgens de NS zelf bleef de prijs van een treinkaartje daardoor fors achter bij de kosten, die wel opliepen.
Die achterstand moest ergens heen. In een uitleg van november 2025 rekent de NS de stijging voor 2026 voor. Die kwam uit op gemiddeld 6,52 procent, opgebouwd uit drie delen.
- 2,3 procent voor de verwachte inflatie in 2026
- 3,05 procent als uitgestelde verhoging, omdat er geen structurele financiële afspraken waren
- 1,17 procent om een deel van de oude inflatieachterstand in te halen
Ter vergelijking, in 2024 bleven de prijzen gelijk terwijl er een stijging van 8,7 procent dreigde, en in 2025 werd het 6,18 procent in plaats van de 12 procent die in de lucht hing. Dat verschil kwam niet vanzelf, maar doordat kabinet en NS er geld en maatregelen tegenover zetten.
Wie er uiteindelijk over beslist
Er zijn drie partijen die invloed hebben, elk op een andere manier.
De eerste is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dat legt in de concessie vast hoeveel de NS maximaal mag verhogen, en kan die regels ook aanpassen. Dat gebeurde in november 2025, toen de staatssecretaris artikel 30 van de concessie wijzigde voor de tarieven van 2025 tot en met 2029. De afspraak is nu dat de NS vanaf 2027 maximaal 1 procent bovenop de inflatie mag doen. Is de inflatie 2 procent, dan mag de prijs dus met hooguit 3 procent stijgen.
De tweede is de NS zelf. Binnen die grens stelt de NS het eigen voorstel op, en voor de onbeschermde kaartsoorten heeft het bedrijf vrij spel.
De derde zijn de consumentenorganisaties. De NS moet alle tariefwijzigingen voor advies voorleggen aan het Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer (Locov), waarin onder meer reizigersvereniging Rover zit. Dat advies is niet bindend voor de vrije kaartsoorten, maar het weegt wel mee. Vorig jaar vroeg de NS dat advies begin september aan, en op 5 november 2025 maakte het bedrijf de nieuwe prijzen bekend.
En de Tweede Kamer? Die stelt het percentage niet zelf vast, maar praat er wel over mee en kan het kabinet vragen om extra geld vrij te maken om een stijging te dempen. Dat gebeurde de afgelopen jaren een paar keer met eenmalige steun. Staatssecretaris Aartsen liet in 2025 wel weten dat er geen aanvullende subsidie kwam, zo meldde de NOS.
Wat dit betekent voor 1 januari 2027
Voor 2027 gelden dus de nieuwe spelregels, inflatie plus hooguit 1 procent voor de beschermde kaartsoorten. Voor zover ik kon nagaan heeft de NS het percentage voor 2027 op 12 oktober 2026 nog niet bekendgemaakt. Als het ritme van vorig jaar wordt gevolgd, komt dat bericht in het najaar, na het advies van de consumentenorganisaties.
Mijn advies is om bij dat bericht vooral te kijken naar je eigen kaartsoort. Het gemiddelde zegt weinig als jij een abonnement hebt waarvoor de NS de prijs zelf bepaalt. Reis je veel, dan loont het om in december je abonnement opnieuw tegen het licht te houden. Het principe is overigens vergelijkbaar met andere bedragen die jaarlijks worden bijgesteld, zoals bij het minimumloon, waar ook een vaste rekenregel en een politieke keuze samenkomen.







